Een meisjesdroom
Ieder klein meisje heeft een grote droom voor de toekomst. Prinses worden, juf, kapster of fotomodel. Voor mij was dat werken als dierenarts. Ik heb altijd een zwak gehad voor dieren en er leek me niets mooier dan dieren beter te mogen maken. In 2014 kwam deze droom na zes jaar hard studeren uit. Ik had mijn diploma op zak en kon eindelijk aan de slag!
Ik werkte bijna een jaar in een spoedkliniek voor dieren, daarna een half jaar in een gewone dierenkliniek. Wat ik al vermoedde tijdens de laatste fase van mijn studie bleek helaas zo te zijn: dit werk was niet voor mij. Ik vond het werken met dieren fantastisch. Die schattige puppy oogjes, kwispelende staarten en rondhuppelende konijntjes. Maar de lange uren en de verantwoordelijkheid over leven en dood speelden me parten. Regelmatig zat ik huilend op de bank in de avond omdat ik niet meer wilde.
Maar wat dan?
Na 1,5 jaar als dierenarts te hebben gewerkt stopte ik in 2016. Meteen viel er een enorme last van mijn schouders. Maar toen kwam meteen de vraag: wat dan? Met een dierenarts diploma kun je niet bepaald alle kanten op op de arbeidsmarkt. Eén vakgebied waar je echter (bijna) altijd wel terecht kunt door het enorme tekort aan geschoolde mensen: de IT. Niet direct het meest sexy beroep, maar het leek me een verstandige keuze. En het mooiste was, het maakte niet uit dat ik er geen diploma voor had!
Na 1,5 jaar als dierenarts te hebben gewerkt stopte ik in 2016. Meteen viel er een enorme last van mijn schouders. Maar toen kwam meteen de vraag: wat dan?
Na een kort traineeship werd ik gedetacheerd bij een groente- en fruitexporteur, waar ik drie jaar lang met veel plezier heb gewerkt. Van algemene IT medewerker schoolde ik me om tot Business Intelligence ontwikkelaar. Ik was de hele dag aan het stoeien met cijfers, tabellen en codes. Ik kreeg veel verantwoordelijk, kon grotendeels mijn eigen plan trekken en er waren veel mogelijkheden om me verder te ontwikkelen. Perfect.
Na drie jaar vertrok ik naar een grote telecom provider om daar hetzelfde werk te gaan doen, met het idee om door te groeien naar Big Data ontwikkelaar. Nog meer cijfers, ingewikkelde codes en nadenkwerk. The sky is the limit. Maar na een tijdje merkte ik dat ik steeds minder zin had om aan het werk te gaan. Ik miste iets. Heel veel eigenlijk, namelijk het persoonlijk contact met klanten en het kunnen maken van een impact op iemands leven. Dat waren namelijk de dingen die ik als dierenarts zo fijn had gevonden! En precies de dingen die een computer je niet kan geven.
Een enorme verandering
Fast forward naar mei 2021. Zeven maanden zwanger zijn we een lang weekend weg met mijn schoonfamilie, in een safaritent of all places. Een paar dagen daarvoor had ik lastig nieuws te horen gekregen bij de verloskundige: ik had een verhoogde bloeddruk en zou verder onder controle komen van de gynaecoloog. Nog geen reden tot zorgen, maar ze wilden me goed in de gaten houden. Er is namelijk altijd een kans dat die hoge bloeddruk ontaardt in pre-eclampsie (ook wel zwangerschapsvergiftiging in de volksmond).
Het is vrijdagavond wanneer ik me, 32 weken en 5 dagen zwanger, ineens extreem vermoeid voel. Ik ga even een uurtje liggen, waarna het wel weer lijkt te gaan. Maar kort na het opstaan gaat het mis: een pijn zoals ik nog nooit heb gevoeld, in de regio van mijn maag. Ik weet gelijk dat het niet goed is. Dit is namelijk één van de symptomen van pre-eclampsie.
Er volgt een enorme rollercoaster. Met spoed gaan we naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis in Zwolle, gelukkig een ziekenhuis met een gespecialiseerde afdeling voor premature kindjes. Even een grappige anekdote tussendoor: mijn man had te veel speciaalbiertjes gedronken in het zonnetje, waardoor uiteindelijk mijn schoonzus ons naar het ziekenhuis moest rijden.
Echo’s, bloedonderzoeken, urineonderzoeken, CTG’s, gesprekken, veel informatie, voorbereiding op een spoedkeizersnede en heel veel medicatie. Vijf dagen lang bracht ik door in Zwolle voor het goed genoeg ging dat ik overgeplaatst kon worden naar een ziekenhuis dichtbij huis. Mijn allereerste ritje in een ambulance en hopelijk ook de laatste.
Uiteindelijk gaat het diezelfde avond weer mis en is er geen ontkomen meer aan: we gaan een prematuur kindje krijgen. Met 33 weken en 3 dagen wordt op 19 mei 2021 onze zoon Sven geboren. Hij woog maar 1820 gram en was 44 cm lang, naast prematuur ook dysmatuur dus. Zo klein, maar met alles erop en eraan. En wat deed hij het gelijk goed!
Uiteindelijk gaat het diezelfde avond weer mis en is er geen ontkomen meer aan: we gaan een prematuur kindje krijgen.
Hij wel. Maar ik helaas niet. Mijn gezondheid ging hard achteruit, nog meer medicatie, ieder kwartier de bloeddruk meten, urine opvangen. Ik heb er allemaal vrij weinig van meegekregen en veel momenten zijn voorgoed verdwenen. Doordat het met mij zo slecht ging, kon ik Sven maar weinig zien in de dagen na zijn geboorte. Af en toe werd hij naar me toe gebracht in de couveuse, zodat we even konden buidelen. Maar een gewone kraamtijd waarbij je je pasgeboren baby urenlang lekker tegen je aan kunt houden hadden we niet.
Na een aantal dagen ging het gelukkig een stuk beter en kon ik eindelijk verhuisd worden naar Sven zijn kamer op de kinderafdeling. Wat een opluchting! Nog steeds niet die kraamtijd waar ik naar verlangde, maar we waren nu in ieder geval samen. Ik kon steeds meer doen in de week die volgde. Luiertjes verschonen, sondevoeding geven, de eerste keer in bad. Achteraf hele dierbare herinneringen, maar op het moment zelf beleefde ik alles in een waas. Niets was wat ik ervan verwacht had en dat was zwaar.
Naar huis
Na drie weken in het ziekenhuis mocht Sven eindelijk mee naar huis. Al die tijd had hij geslapen als een kampioen en dat verwachtten we dus ook van hem. Maar de eerste nacht dat hij thuis in zijn bedje sliep deed niemand een oog dicht. Zo veel onrust, zo veel geluiden en zo weinig slapen. Dit zou onze nieuwe realiteit worden voor de maanden die volgden.
In de nacht sliep Sven voornamelijk op één van ons, met geluk een paar uurtjes in zijn eigen bed. Overdag was er maar één plek waar hij echt goed kon slapen: de draagzak. We probeerden eindeloos om hem in de kinderwagen of de box te laten slapen, maar dat was voor hem niet genoeg. Hij wilde dicht tegen ons aan, het liefst 24/7. Heel logisch natuurlijk voor een baby die bijna zeven weken te vroeg de buik moest verlaten. Maar het was ook slopend, ondanks dat we het met liefde deden.
In de nacht sliep Sven voornamelijk op één van ons, met geluk een paar uurtjes in zijn eigen bed. Overdag was er maar één plek waar hij echt goed kon slapen: de draagzak.
Na een maand of twee kwam er een omslag. Ik ontdekte witte ruis en was begonnen Sven in te bakeren. Ineens vond hij het niet zo erg meer om ‘s nachts in zijn eigen bed te liggen. Alsnog had hij moeilijke momenten, maar overwegend ging het ‘s nachts slapen heel goed. Eindelijk! Langzaam krabbelden wij als ouders op uit het diepe dal van ernstig slaaptekort en konden we iets meer gaan genieten van het ouderschap. Iets meer, want overdag was er nog steeds maar één ding dat ik deed: rondjes lopen met de draagzak.
En hoe gaat het nu?
Die draagzak hebben we uiteindelijk gedag kunnen zeggen. Na ein-de-loos oefenen met dutjes doen in zijn eigen bed kregen we Sven zo ver dat hij daar ging slapen. Hier zijn wel zeker vijf maanden overheen gegaan, maar het was gelukt! Waren het altijd goeie dutjes? Nope. Ook daar had hij veel moeite mee. Maar door te blijven oefenen kan ik zeggen dat we nu, na 1,5 jaar, een goede dutter hebben. Ook in de nacht slaapt Sven overwegend goed, hoewel hij erg gevoelig blijft. Een bijproduct van zijn prematuriteit waar we zo goed mogelijk mee proberen om te gaan. Maar ondanks dat hij zijn slechte slaapmomenten heeft, is het een vrolijke, ondernemende, babbelende lachebek geworden. En die prematuriteit is niets meer van te zien. Hallo, Hollands welvaren!
Tijdens de hele rollercoaster waar we doorheen zijn gegaan met het slapen van Sven was er één ding wat ik de hele dag kon doen (naast die draagzak, natuurlijk): Googelen. Uren zocht ik naar oplossingen, tips, ervaringsverhalen en meer. Steeds weer kwam ik terecht op websites van kinderslaapcoaches, een beroep waar ik eerder nog nooit over had gehoord. Maar er was me wel iets duidelijk geworden: dit wil ik gaan doen! Dit is mijn kans om weer met mensen te werken in plaats van computers en een impact in het leven van een ander te kunnen maken. Yes!
Inmiddels ben ik gecertificeerd kinderslaapcoach en ik heb me nog nooit zo op mijn plek gevoeld. Door de moeilijkheden waar we zelf doorheen zijn gegaan met onze zoon begrijp ik 100% wat het is om een slecht slapend kind te hebben. De impact die dit heeft op je leven ken je alleen als je er zelf doorheen bent gegaan. Het is mijn missie om jullie als gezin te helpen weer lekker te gaan slapen, zodat jullie kunnen doen waar het echt om gaat: genieten!
Ben je benieuwd hoe ik jou kan helpen aan meer zelfvertrouwen, minder tranen en minder stress rondom de slaap van je kindje? Bekijk dan mijn aanbod.